De dag voor vertrek naar Costa Rica was ik jarig en Joss wilde iets leuks geven. Vandaag mag ik mijn cadeautje uitpakken. Om half zeven worden we opgehaald door een busje, waarin al een Amerikaanse familie zit en een Amerikaans stel. De dame voor ons vindt vast dat ze niet voor niets vroeg uit de veren is gegaan en kakelt de oren van ons hoofd. Het is nog een beetje vroeg om mee te kakelen. Ons vooroordeel van Amerikanen wordt natuurlijk weer bevestigd.
De rit gaat naar Sierpe. Daar krijgen we ontbijt en worden we op een bootje gedropt. Het bootje brengt ons via prachtige mangrove naar een eiland midden op zee. Het kleine vaartuigje is niet eens op volle snelheid terwijl hij stopt. Aan de kant kijkt een grote krokodil ons aan. Het beest ziet in ons geen hapje, zelfs niet in de dikste Amerikaan. Dus varen we maar verder.
Het doel is onderweg wat dieren te zien en rond het eiland te snorkelen. Veel beestjes spotten we niet onderweg en zodra we op volle zee zijn is de tocht een pijnlijke aangelegenheid. Vooral wanneer je rug de laatste dagen niet optimaal gepresteerd heeft. Zoals de mijne. Terwijl een Amerikaan mij vicodine aanbiedt – ze lijken wel hele tassen met medicijnen bij zich te hebben (inclusief Viagra en anti-depressiva) – hoor ik een kreet. Joss zit voor mij en spot een grote staart een van walvis die boven het water uitkomt. Niet ver voor de boot. Net gemist.
Snorkelen is niet snorkelen zoals in Maleisie. Wellicht een beetje verwend, maar zo is het nu eenmaal. Het koraal is niet zo kleurig en er zijn niet veel vissen. Wel mooie vissen. Na een heerlijke lunch op het eiland ga ik met Joss nog even het water in. Terwijl ik nog water naar de zee draag met het verwijderen van zand uit mijn flippers, spot Joss al een reuzenschildpad. Het beest knabbelt in laag water lekker aan het zand. Wat hij eruit haalt mag Joost weten. We volgen het dier een kwartiertje en dat lijkt hem niets te deren. We zijn opgemerkt, blijkbaar zijn we te vertrouwen.
Aan land spot ik nog een boa. Hij glibbert tussen het vuil, waar ook duizenden krabbetjes rondlopen. De gids maakt zich zorgen dat de krabbetjes zich verenigen en in grote schare de slang aanvallen voor een lekkere maaltijd. Hoe het afloopt weten we niet.
Op de terugweg komt de grote verassing van de dag. We zien de walvis weer. Het motortje van de boot gaat uit en met dertien man dobberen we zwijgend op zee. Plotseling horen we pfoooei. Het geluid dat walvissen maken als ze een straaltje water richting de hemel spuiten. En daar zien we hem weer, de walvis. Hij komt met zijn rug een stuk boven het water en lijkt groot. Even later is de verassing groter als dit de baby schijnt te zijn en hij samen met moeders een synchroonkunstje doet. Boven water donker en bultig, onder water wit en mysterieus. Het geluid van wlavisgezang is iets langer dan een seconde te horen. Het is geweldig om de walvissen op enkele meters van het bootje te kunnen zien. Iedereen is ademloos en blij.
Op de terugweg begroet een volgevreten krokodil ons, als we te lang dichtbij zijn vliegt hij in een seconde het water. En weg is hij.
In het busje mogen we een enquette invullen. Ik doe niet vaak van dit soort tripjes, maar dit is nieuw voor mij. Nemen ze hier in Costa Rica de toerist dan wel serieus? Mijn pen schrijft niets dan lof. Ik neus nog even in de paperassen van de anderen. "There was no mayonaise with lunch", lees ik. Ach, die Amerikanen waren eigenlijk best aardig.









