SLAM!

Just another WordPress.com weblog

Archief voor december, 2008

Costa Rica – Uvita (hotel Whales & Dolphins)

De laatste dagen van onze vakantie zullen wij doormaken in luxe en weelde. Wij hebben weken van tevoren een hotel geboekt waar wij eens goed in de watten worden gelegd. Met een vingerknip regel je alles en vanuit het zwembad kijk je, met cocktail in je hand, over de zee alwaar walvissen en dolfijnen als eeuwig lachende kunstzwemsters figuurtjes zwemmen in het glooiende water.

Bij aankomst blijkt het zwembad bijna leeg en vooral bezet te zijn door algen. Wij lijken de enige (potentiële) gasten van het hele hotel. We smeren hem.

image

Dominical – Albergue Alma de Hatillo

Wat een heerlijke plek is dit! Sabina is onze gastvrouw van dit gezellige hotel waar we kunnen genieten van een schone, ruime kamer en een zwembad. Er zijn niet veel gasten, dus we kunnen privébadderen. Met prachtig uitzicht. Een plek om goed bij te komen.

De grootste kracht van deze bed & breakfast is Sabina. Haar ervaringen vertelt ze met passie. Deze gaan over de buurman, de overburen, een dievige familie uit Dominical, haar eigen familie en over de Tico in het algemeen. Deze van oorsprong Poolse gastvrouw geeft met trots een rondleiding over haar eigen terrein. Zo zien we allerlei bomen met vruchten, toont ze hoe ze chocolade maakt, hakt haar tuinman een kokosnoot voor ons open om uit te drinken en te eten.

Bij het ontbijt krijgen we haar zelfgemaakte jam, veel vruchten en de verslavende chocoladepasta. Ik heb haar nog gevraagd wekelijks een potje te versturen, maar helaas. We moeten het doen met de herinnering van dit heerlijk smeerbare spul dat steeds maar bijgevuld moet worden.

Twee dingen vallen tegen. Het bed is redelijk hard, de bamboe lattenbodem veert niet bepaald lekker door. Daarnaast is er tijdelijk een wegomlegging waardoor er zwaar verkeer dichtbij langsrijdt. Echter, Sabina en haar service doen dit allemaal vergeten. De plek blijft nog steeds honderd procent de moeite waard.

Op deze plek ontmoeten we ook een leuk stel uit Oostenrijk. We zouden het niet doorvertellen, maar doen het toch; ze hadden een ticket gekocht naar San Jose en California en hebben vijfhonderd euro extra uit moeten geven om in de juiste San Jose uit te komen. Met vele omwegen zullen ze naar huis vliegen. Goede verhalen kosten altijd geld.

Sabina is te vinden tussen Dominical en Quepos in. Ongeveer een kwartiertje met de bus vanuit Dominical.

http://www.tripadvisor.in/ShowUserReviews-g309289-d301337-r12204158-Albergue_Alma_de_Hatillo-Quepos_Province_of_Puntarenas.html

Costa Rica – Record op je benen staan

Volgens de Lonely Planet reis je in vier uur van Puerto Jimenez naar San Isidro. Vanuit daar is het maar een uurtje naar Dominical. De bus vertrekt echter wel om een uurtje of vijf. Het wordt dus vroeg opstaan.

Het vroege opstaan is geen probleem. Regelmatig liggen we al voor achten op een oor en worden we bij het krieken van de dag wakker. Logisch ook, want dan beginnen de vogeltjes te fluiten en thuis zijn we niets anders gewend met onze Philips Wake Up Light (dat overigens wel een duur wekkertje is voor wat hij biedt, maar laat ik niet afdwalen).

In de bus zoeken we een plekje. De buschauffeur brabbelt dat we daar niet mogen blijven zitten. Binnen een half uur snappen we waarom. Wij hebben vantevoren geen kaartje gekocht. De meneer en de mevrouw die ons vriendelijk verzoeken het plekje vrij te maken wel. Dat wordt dus drieenhalf uur staan.

Mooi niet. De busreis blijkt uiteindelijk zes uur te doen. Bedankt Lonely Planet! Mijn persoonlijk record staan heb ik bij deze verbeterd. Vijfenhalfuur heb ik mijn stelten mogen gebruiken.

Aangekomen op San Isidro zijn we helemaal kapot. Omdat het geld op is moet ik wel even  pinnen. Ik heb een half uur voor de overstap. De pin om de hoek doet het niet, al snel kom ik erachter dat geen enkele ATM het doet. In de rij van meer dan twintig mensen (ik sta natuurlijk acheraan) zie ik dat sommige mensen wel succes hebben. Na vijf minuen proberen komt er geen colone uit het apparaat en ben ik bereid de flappentapper compleet met de grond gelijk te maken.

De bus hebben we gemist. Maar gelukkig gaat er over vier uur nog een. Pinnen is uiteindelijk gelukt bij de bank naast de kerk.

Costa Rica – Puerto Jimenez

Vanuit het kustplaatsje Golfito vaar je zo naar Puero Jimenez. Bij aankomst kom je natuurlijk weer een dronken Canadees of Amerikaan tegen (ditmaal een Canadees) die weer veel te lang met je meeloopt en je probeert over te halen voor iets dat natuurlijk goedkoper is dan anders.

De bebaarde, ietwat kromlopende man ruikt inderdaad naar alcohol en vertelt dat hij hier al dertig jaar woont. Hij moet dus een van de goudzoekers zijn geweest die zijn geluk kwam beproeven. Blijkbaar heeft de grijsaard geen succes gehad. Hij zegt nu dat hij de collectivo bezit, een soort veewagen voor toeristen en locals. Of het waar is weten we niet, maar de collectivo bestaat wel degelijk.

Het apparaat kost nu acht dollar en brengt je voor dat geld naar Station La Leona in Corcovado. De entree is daar tien dollar. Voor achttien piek zit je dus in dit nationaal park.

Dom als wij zijn besluiten we toch een tourtje te boeken. Immers, je kunt daar verdwalen, een gids weet veel weetjes en weet waar de dieren zich ophouden. Daarnaast zijn we er vanuit gegaan dat het luttele bedrag van 86 dollar per persoon privévervoer voor ons zou betekenen. Mooi niet.

Enfin. We hebben heel hard elf kilometer heen en elf kilometer terug over een recht pad langs het strand gehobbeld en niet veel gezien. De gids sprak nauwelijks Engels en de heenreis in de collectivo was geen pretje. Terug konden we gelukkig mee met een normale auto. Dat was het enige wat de zwakke gids ons kon bieden.

Oftewel: kies voor Corcovade het station Sirena. Als je toch van plan bent La Leona te doen, doe het dan op eigen houtje. Scheelt je een hoop centjes.

Costa Rica – Zancudo

Het is warm, je shirt plakt aan je lichaam. Natuurlijk, je kunt de zee in om even af te koelen. Het is alleen dat zout daarna op je lichaam dat een beetje vettig aanvoelt. Je hebt dan behoefte aan een douche. En dan niet te spreken over je voeten. Als je uit de zee stapt blijft altijd al dat zand plakken en schoon worden?  Ho maar.

Er is niemand op het strand, alleen wij twee. Lekker gezellig. Ik ben een sociaal dier en zou het ook wel eens leuk vinden mensen van allerlei pluimagete ontmoeten. Nou, hier kun je tegen een aangespoelde boomstam aanlullen tot je een ons weegt. Maar hij zegt niets terug. En verdomme, trap ik weer in een schelpje. Soms moet ik zelfs rennen omdat het zand mij te heet aan de voeten wordt.

Mijn kleding moet ik hier met de hand wassen. Het lijkt hier de middeleeuwen wel. Een droger kennen ze hier niet, dus ik kan alles zelf aan het waslijntje voor mijn kamer ophangen.

En dan die brandende zon. Je kunt blijven insmeren. Weer die pot met zon. Je wordt er niet goed van. Even rustig een boek lezen is er niet bij, de zonnestralen zijn simpelweg te scherp.

De weg hier is niet eens van asfalt. Het is hobbelig en als je erover wandelt dan kun je je teen stoten tegen zo´n ergelijke steen. ´s Avnonds is het helemaal verschrikkelijk. Je hebt geen licht en je ziet nauwelijks waar je loopt.

Er is hier niets. Ja, een supermarkt op twintig minuten lopen. Over die stoffige weg. Daar kun je internetten. Prima, maar je moet wel wachten op de jongns uit het dorpje, die ontdekt hebben dat ze hier meer van de wereld kunnen zien dan alleen dit saaie kustplaatsje. Geen krant hier en al helemaal geenTelegraaf. Laat staan een leuk tijdschrift.

Qua eten is er maar weinig keus. Weer garnalen. De Italiaan verderop maakt best lekkere pasta, maar dat kunnen we thuis ook maken. Daarnaast wil ik gewoon iets in het Nederlands bestellen en niet in het Spaans of Engels. Maar ja, als ik vraag om een “Butterham with cheese” weten ze vast niet wat ik bedoel.

Het ergste is misschien nog dit: er wonen veel Amerikanen in dit dorpje. Omdat er niets te doen is zitten we maar weer aan de bar en praten maar wat. We drinken dan maar een cocktail of wat, terwijl ik dondersgoed weet dat alcohol eigenlijk helemaal niet goed is voor je.

Neem vanochtend. Ik word verdomme al om vijf uur wakker door die kutvogels en die zee die continue van zich laat horen. Geef me één moment rust zeg. Uit ellende gaan we maar kayakken tussen de mangrove en over zee. Ik kan je vertellen, het is niets met een kater. Soms roei je je armen uit je lijf en komt geen meter verder. En die palmbomen en vogels heb ik nu ook wel gezien. Als je niet oppast schijten ze ook nog eens op je hoofd.

Dus liggen we maar een beetje op het strand. Eten wat en proberen iets te lezen uit ons meegebrachte boek. Gewoon een beetje de tijd te verdoen. Niet even een leuke actiefilm of Lingo op televisie. Nee, je moet jezelf zien te vermaken met alle beperkingen van dien.

Mijn irratiegrens is al zo laag. En nu dit. Ik wil hier weg. Maar het bootje gaat alleen ´sochtendsvroeg om zeven uur. En als hij vol is kunnen we niet mee. Van tevoren ontbijten is er ook niet bij, dat kan dan weer niet zo vroeg. Dus lekker met je nuchtere maag op zo´n wiebelding midden op zee. En dan heb ik het niet eens over de veiligheidsmaatregelen die de Costa Ricanen aan hun laars lappen. Ze vragen mij niet eens of ik wel kan zwemmen.

Het leven hier is ondraaglijk.

Ik sleep mijzelf voort en denk aan het knusse Nederland. Ik zie mijzelf al op de bank zitten met een warme trui die mij tegen de kou beschermt. Ik kijk uit het raam en zie het romantische, mistige landschap. Buiten is het gezellig donker en de kerstlichtjes passen bij de krakende plaat die ik zojuist op de draaitafel heb gelegd: Last Christmas van Wham. Dit nummer kan mij eindeloos boeien, de clip (opgenomen in Saas Fee) brengt mij in de stemming. Terwijl ik lekker verkouden (dat hoort er nu eenmaal bij) aanschuif aan tafel waar een groot bord hutspot op mij wacht, besef ik dat het misschien wel een sleur is, maar altijd beter dan die bloedverzengende hitte als in Midden Amerika. Om mij bezig te houden heb ik toegang tot alle eindejaarsoverzichten en ontwijk ik de sleur om mijn lekke band maar eens te plakken. Het leven in Nederland is te mooi om waar te zijn.

Costa Rica – Zancudo

Zon.

Zee.

Palmbomen.

Cocktails.

Boek.

Zwem.

Elkaar.

Lekker bed.

Briesje.

Bier.

Lege stranden.

Costa Rica – In de wolken om eruit te geraken

Vliegtuig. Wolken. Turbulentie. Mooi uitzicht op heuvels, water, zee, strand, wolken, zon, lucht. In een Twin Otter vliegen we naar het zuiden, met nog 17 andere passagiers. Er kunnen er 19 in.

De auto gedropt bij het vliegveld, schijnt het de verkeerde te zijn. Adobe autoverhuur is de slechtste niet en brengt ons zonder te vragen naar het vliegveld aan de andere kant van de stad.

De tussenlanding is in Puerto Jimenez. Uiteindelijk komen we terecht in Golfito, een klein dorpje aan de kust. Lastig om een hotel te zoeken hier. Eerst komen we bij een soort martelkelder aan, die doet denken aan het boek van Sabine dat we net uit hebben (Ik fietste naar School). Nee, dan maar verder zoeken. De bitch in het volgende hotel biedt ons maar één kamer aan. Die heeft uizicht op een benzinestation en pakt alle cafégeluiden uit de stad mee. Ook geen goed idee.

Uiteindelijk komen we 4,5 kilometer ten zuiden uit. Hier heeft Walter prettige huisjes met zeer harde bedden. Mijn rug is ondertussen weer naar de filistijnen en ik doe dagelijks oefeningen.

Walter, een Zwitser, verrast ons met het aanbod zijn auto te lenen. Een oude vierwieler die rammelt aan alle kanten. We rijden hiermee richting de Jungle, waar we enkele trails lopen. Schitterende, niet al te vaak belopen paden leiden ons door het groen. Mooie watervallen, veel vogels en gelukkig een paar laarzen aan onze voeten, zodat het gesop in de blubber nog leuk blijkt. Veel actieve mieren gezien en twee kaaimannen (zijn dat altijd mannetjes?).

Op de terugweg gaan we weer hobbelsgewijs door de bergen. Veel stenen en een paar spanende beekjes waar we doorheen moeten rijden. Alleen het autorijden is al een feest.

We vinden nog een portemonnee met een telefoon en credit cards enzo. Die nemen we maar mee, afleveren kan alleen maar ellende opleveren voor de eigenaar.

In het dorp komen we een stel tegen dat ook in ons onderkomen verblijft. Ze zijn met hun negen maanden oude zoontje op reis van Panama naar Mexico, waar ze opa en oma gaan bezoeken (van de kleine). Samen eten we een hapje bij Mar Y Luna. Heerlijke verse vis. En gezellig ook, met dit Mexicaans/Duitse stelletje.

Ondertussen is het donker geworden. Gelukkig, er zit toch licht op de oude bak, zodat we veilig thuiskomen. Helaas, een heerlijke kamer, maar wel een hard  bed. Nog een nachtje, dan gaan we weer verder.

Na de prachtige verhalen van Walter (het lijkt Pappillion wel), brengt hij ons naar een haventje. Hier spelen we een paar potjes pool (1-1) om vervolgens naar Zancudo te vertrekken.

Oom geworden

Joepie ik ben voor de 12e keer oom! Eindelijk een reserverspelertje erbij! Yenthe Naomi is zondag geboren.

Veel plezier Wallum en Ties!

Costa Rica – Vol van Volcan Irazu

Drie maal is scheepsrecht. We slapen in Orosi in een vrij duur hotel met een warme douche en prachtig uitzicht. Vanuit hier rijden we naar de derde vulkaan. Bij de entree wederom hetzelfde verhaal: u kunt wel gaan, maar misschien ziet u niets. Ditmaal gaan we verder omdat we het gevoel hebben dat we nu wel iets zien. Blijkbaar zeggen ze dit vanwege de klagende toeristen die terugkomen omdat ze met hun hoofd in de wolken hebben gelopen.

Eerst zien we niets, maar snel zijn de wolken verdwenen. Drie kratermeren zijn zichtbaar. Het water is mooi helderblauw en eromheen is het groen. Grote planten groeien op het lava. Het is steenkoud, gelukkig hebben we een lange broek en een trui aan, zodat we het nog trekken. De wind waait knoerthard door mijn haar (?).

Wanneer we vertrekken komt de eerste toeristenbus aan. Die zijn we mooi voor geweest. De eerste wolkjes verschijnen alweer in het kratermeer. Net op tijd.

De moeite waard.

Costa Rica – Arenel/La Fortuna

Vanuit Monteverde kun je met de zogenaamde boat-jeep-boat naar La Fortuna. Uiteindelijk blijkt het van-boat-van te zijn, maar dat mag de pret niet drukken. De rit is mooi en we genieten van de prachtige uitzichten. Had ik eigenlijk al verteld dat we op weg naar Monteverde en in de plaats zelf ook van die mooie uitzichten hadden? Bij deze dan.

La Fortuna blijkt een bezig plaatsje. Leuke restaurantjes en veel toeristen. Niets voor ons dus. We slapen bij gierige Gringo Pete, die niet duur is maar wel op de centen. De Amerikaan ziet er uit als de kerstman en past naadloos in het huidige Costa Rica, dat bezaaid is met kerstmannen, sneeuwklokjes, kerstballen en sneeuwpoppen (geen echte natuurlijk he). Gringo Pete wint wel de prijs voor de grootste handdoek. De douche is ok.

Bij Adobe, niet van Photoshop, huren we een auto. We onderhandelen hard en hebben voor een acceptabele prijs een Tucson mét GPS. Onontbeerlijk blijkt al snel. De dame die op de voorruit zit geplakt spreekt zelfs Nederlands.  Soms is ze een beetje dom, maar verder niet te missen.

Wij rijden ´s ochtendsvroeg naar vulkaan Arenal. Tot onze spijt is er niets te zien. We betalen niet eens entree om het te proberen en smeren hem richting een andere vulkaan (Vulcan Poas), die we de volgende ochtend willen proberen. Je kunt die dingen namelijk alleen ´s ochtends goed zien.

We slapen vijf kilometer van de vulkaan. Dichterbij kan niet. De 4×4 doet zijn werk tijdens het afdalen naar een van de mooiste plekjes waar ik ooit geweest ben: een lief hotelletje midden in de bergen dat word gerund door wat oudere mensen.

De zon gaat onder terwijl wij knus op een lekkere stoel zitten. Binnen klinkt a cappela zang van een oudere man. Het komt uit de televisie, die hard zijn best doet om te blijven werken. De dame des huizes zingt soms mee terwijl ze het eten bereidt.

De volgende dag is het wederom niet raak met de vulkaan. Maar drie keer is scheepsrecht. De dag daarop zullen we meer succes hebben.

Oudere berichten »